
Vandaag hebben we met collega Huib een walvis tocht gemaakt. Helaas geen walvis gezien, maar wel een groepje dolfijnen (bottlenose dolphins, om precies te zijn). Ze kwamen vlakbij de boot.
Hier in Amerika is het woord "market" (markt) ingepikt door iedereen die iets te koop aanbiedt, en veel mensen noemen hun winkel dan ook ... market (furniture market, pet market, etc.). Dus wat doe je als je een echte markt hebt? Dan noem je het farmer's market. Dit om mensen er weer eens aan te herinneren dat eten door boeren wordt geproduceerd en niet automatisch in stukjes gehakt, bewerkt en in plastic verpakt op magische wijze in de supermarkt verschijnt. Omdat de gemiddelde Amerikaan kennelijk geen boodschap heeft aan puur natuur onbewerkt eten in originele staat is de farmer's market het domein van de alternatieve, geitewollensokken dragende (nou ja, dat zouden ze doen als het hier wat kouder was), naar publieke radio luisterende, in hybride auto's rijdende, espresso drinkende, zweverige maar zich toch ook wel van buitenlandse gebeurtenissen bewuste fijnproevers. Je moet hier dus niet naar de markt gaan voor koopjes. Hier staan de koopmannen niet tegen elkaar op te schreeuwen, en hangen er geen rekken vol kinderarbeid-t-shirts. In tegendeel, er klinkt beschaafde klassieke muziek, iedereen verontschuldigt zich voortdurend voor het in de weg lopen, en alles is zonder toegevoegde suikers en transvetten. Niemand kijkt op van een kraampje met producten die rauw, veganistisch, biologisch èn gluten vrij zijn.
